Kunnen we nu eindelijk weer terug naar kleine telefoons?
Mijn alledaagse ergernis.
Het voorjaar brengt naast het ontwaken van de natuur, langere dagen en lammetjes in de wei, ook kleine ongemakken. Er zijn mensen die naadloos overgaan van een snotneus door verkoudheid, naar een snotneus door hooikoorts. Ik heb echter een veel groter probleem. Zonder jas, weet ik niet waar ik mijn telefoon moet laten.
Een telefoon aan een koortje werkt goed voor een vrouw, maar ik heb het geprobeerd en bij mij ziet dat er niet uit. Een tas zou handig zijn omdat ik er dan ook mijn sleutels in kan stoppen, maar mannen dragen rugzakken, of laptop-tassen en dat is een beetje overdreven voor een telefoon. Bovendien wil ik net zo min altijd een tas meedragen.
Ik weet dat de meerderheid van de mensen een grote telefoon wil, maar voor die mensen is er keus genoeg. Er is ook een groep die dat niet wil, en voor hen is er steeds minder. Het is denk ik een cultuur-ding. Toen Japan nog een technologische powerhouse was, was de filosofie kei-haku-tan-sho (licht, dun, kort en klein). Het bracht de mensheid het quartz horloge, de walkman en de mini-disc. In Amerika is alles echter supersized: fastfood, auto’s, mensen. Logisch dat Apple geen iPhone Mini’s meer maakt.
Wat ook meespeelt is dat er steeds betere camera’s, sneller internet en grotere schermen ingebouwd worden. Dat vreet energie en vereist dus een flinke accu. Toch lukte het het kleine Chinese merk Unihertz om een smartphone ter grootte van een creditcard te maken. Maar ook die wordt niet meer gemaakt.
Een vouw-telefoon lost mijn probleem ook niet op want die is in je broekzak vaak twee keer zo dik als een normale telefoon. Bovendien wil ik ook niet altijd rondlopen met een telefoon van dik duizend euro.
Een grote telefoon voelt alsof ik een elektronische enkelband heb en elk moment gebeld kan worden door de reclassering.
Eigenlijk wil ik gewoon terug naar een oude Nokia, maar dan met Whatsapp. Meer heb ik niet nodig. Of ja, ook met de authenticator-app anders kan ik niet werken. En Digi-D. En dan misschien ook navigatie en, als het kan, mijn mail. Meer heb ik niet nodig. Misschien mijn agenda nog, en de ED-app, en mijn podcast app, maar verder niks. Oh ja, Buienalarm en Shazam zijn wel handig, bedenk ik me nu. En ik vergeet helemaal internetbankieren, om te kunnen betalen, anders moet ik ook weer een portemonnee meenemen. Dat dus ook. En natuurlijk de wachtwoord-kluis, maar dat is logisch. Verder niks.
Een kleine telefoon kan ik in mijn broekzak stoppen en vergeten. Een grote telefoon moet ik de hele tijd bij me dragen, dat voelt alsof ik een elektronische enkelband heb en elk moment gebeld kan worden door de reclassering.
Toch worden ze niet gemaakt, omdat ze kennelijk niet worden verkocht. Maar het kan ook andersom zijn, dat zullen we nooit weten. Ik heb er ook haast mee, want als ik ouder word kan ik straks die kleine schermpjes niet meer lezen en dan moet ik alsnog een grotere telefoon. En een leesbril. En waar laat ik die dan?
Deze column verscheen 24 maart in het Eindhovens Dagblad: https://www.ed.nl/opinie/kunnen-we-nu-eindelijk-weer-terug-naar-kleine-telefoons~ab819e3c/

